1
zelfstandig naamwoordMoment of gelegenheid waarop een handeling plaatsvindt of kan plaatsvinden.
véz
Uitspraak
Voorbeelden
Te lo he dicho más de una vez.
Te lo he dí-cho más de ú-na véz.
Ik heb het je al meer dan eens gezegd.
A veces me olvido las cosas.
A vé-ces me ol-ví-do las có-sas.
Soms vergeet ik dingen.
Synoniemen
AI-gegenereerd