1
bijvoeglijk naamwoordAgrees in gender and number: angoissé, angoissée, angoissés, angoissées
angstig, bezorgd of bedrukt, vaak door angst of onzekerheid
/ɑ̃.ɡwa.se/
Uitspraak
Etymologie
Past participle of French angoisser, from angoisse, ultimately from Latin angustia meaning “narrowness, distress.”
Voorbeelden
Il se sentait angoissé avant l'examen.
/il sə sɑ̃.tɛ ɑ̃.ɡwa.se a.vɑ̃ lɛɡ.za.mɛ̃/
Hij voelde zich angstig vóór het examen.
Son visage était angoissé par la nouvelle.
/sɔ̃ vi.zaʒ e.tɛ ɑ̃.ɡwa.se paʁ la nu.vɛl/
Zijn gezicht zag er door het nieuws bedrukt uit.
Collocaties
AI-gegenereerd