1
zelfstandig naamwoord[U]
Een gevoel van bezorgdheid, nervositeit of ongemak, vooral over iets onzekers of iets waar men bang voor is; angst.
/ɑ̃k.sje.te/
Uitspraak
Etymologie
From Latin anxietās, anxietātem, meaning “anxiety, distress,” from anxius “anxious, troubled.”
Voorbeelden
Son anxiété l'empêche de dormir.
/sɔ̃n ɑ̃k.sje.te lɑ̃.pɛʃ də dɔʁ.miʁ/
Zijn angst verhindert hem te slapen.
Elle ressent une grande anxiété avant les examens.
/ɛl ʁə.sɑ̃ yn ɡʁɑ̃d ɑ̃k.sje.te a.vɑ̃ le.z‿ɛɡ.za.mɛ̃/
Ze voelt veel angst voor de examens.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd