1
zelfstandig naamwoord[U]
Karton; een stijf, dik materiaal op papierbasis, vooral gebruikt voor verpakkingen.
/kaʁ.tɔ̃/
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan het Italiaanse cartone, een augmentatief van carta, ‘papier, kaart’, uiteindelijk uit het Latijnse charta.
Voorbeelden
Cette boîte est faite en carton.
/sɛt bwat ɛ fɛt ɑ̃ kaʁ.tɔ̃/
Deze doos is van karton gemaakt.
On recycle le carton avec le papier.
/ɔ̃ ʁə.sikl lə kaʁ.tɔ̃ a.vɛk lə pa.pje/
Karton wordt samen met papier gerecycled.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd