1
werkwoord[I; dîner de qqch]
Dineren; de avondmaaltijd eten.
/di.ne/
Uitspraak
Etymologie
From Old French disner, ultimately from Vulgar Latin disieiunare, meaning “to break one’s fast”; related to French déjeuner.
Voorbeelden
J'aime dîner en famille.
/ʒɛm di.ne ɑ̃ fa.mij/
Ik vind het fijn om met mijn familie te dineren.
Elle préfère dîner tôt.
/ɛl pʁe.fɛʁ di.ne to/
Zij heeft liever dat ze vroeg dineert.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd