1
zelfstandig naamwoord[C]
Een laken; een stuk linnen of andere stof dat op een bed wordt gebruikt.
/dʁa/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudfrans drap, waarschijnlijk uit het Laatlatijn drappus, van onzekere, mogelijk Gallische herkomst.
Voorbeelden
Le drap est froissé.
/lə dʁa ɛ fʁwase/
Het laken is gekreukt.
Elle a tiré le drap jusqu'au menton.
/ɛl a tiʁe lə dʁa ʒysko mɑ̃tɔ̃/
Ze trok het laken tot aan haar kin.
Les draps propres sentent la lavande.
/le dʁa pʁɔp sɑ̃t la lavɑ̃d/
De schone lakens ruiken naar lavendel.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd