1
zelfstandig naamwoord[U]
Meel; een fijn poeder van gemalen graan, vooral tarwe, gebruikt bij koken en bakken.
/fa.ʁin/
Uitspraak
Etymologie
From Latin farina, meaning “flour” or “meal,” related to far, “spelt, grain.”
Voorbeelden
La farine est indispensable pour faire du pain.
/la fa.ʁin ɛ.t‿ɛ̃.dis.pɑ̃.sabl puʁ fɛʁ dy pɛ̃/
Meel is onmisbaar om brood te maken.
J'ajoute deux tasses de farine dans la pâte.
/ʒa.ʒut dø tas də fa.ʁin dɑ̃ la pɑt/
Ik voeg twee koppen meel toe aan het deeg.
Collocaties
AI-gegenereerd