1
bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord; vrouwelijk: impatiente; meervoud: impatients, impatientes
Niet rustig kunnen wachten; snel geërgerd of onrustig worden bij vertraging.
/ɛ̃.pa.sjɑ̃/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijnse impatiens, impatientis, met de betekenis ‘niet verdraagzaam, niet in staat te dragen’, van in- ‘niet’ + patiens ‘lijdend, verdraagzaam’.
Voorbeelden
Il devient impatient quand le train est en retard.
/il də.vjɛ̃ ɛ̃.pa.sjɑ̃ kɑ̃ lə tʁɛ̃ ɛ.t‿ɑ̃ ʁə.taʁ/
Hij wordt ongeduldig wanneer de trein vertraagd is.
Les enfants impatients ont commencé à courir partout.
/le.z‿ɑ̃.fɑ̃.z‿ɛ̃.pa.sjɑ̃ ɔ̃ kɔ.mɑ̃.se a ku.ʁiʁ paʁ.tu/
De ongeduldige kinderen begonnen overal rond te rennen.
Collocaties
AI-gegenereerd