1
zelfstandig naamwoord[U]
Jaloezie; een gevoel van wrevel, wantrouwen of bezitterigheid, veroorzaakt door de angst iemands genegenheid te verliezen of door de voordelen van een ander.
/ʒa.lu.zi/
Uitspraak
Etymologie
Van Frans jaloux (‘jaloers’) + -ie, uiteindelijk verwant aan Latijn zelosus (‘ijverig, jaloers’) en Grieks zêlos (‘ijver, rivaliteit’).
Voorbeelden
Sa jalousie a fini par étouffer leur relation.
/sa ʒa.lu.zi a fi.ni paʁ e.tu.fe lœʁ ʁə.la.sjɔ̃/
Zijn jaloezie heeft uiteindelijk hun relatie verstikt.
Il éprouve une jalousie maladive envers son frère.
/il e.pʁuv yn ʒa.lu.zi ma.la.div ɑ̃.vɛʁ sɔ̃ fʁɛʁ/
Hij voelt een pathologische jaloezie tegenover zijn broer.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd