1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Brood; een basisvoedingsmiddel van meel, water en meestal gist, gebakken in een oven.
/pɛ̃/
Uitspraak
Etymologie
Van Oudfrans pain, van Latijn pānis, dat ‘brood’ betekent.
Voorbeelden
J'achète du pain tous les matins.
/ʒaʃɛt dy pɛ̃ tu le matɛ̃/
Ik koop elke ochtend brood.
Ce pain est encore chaud.
/sə pɛ̃ ɛ ɑ̃kɔʁ ʃo/
Dit brood is nog warm.
Elle a préparé un pain aux noix.
/ɛl a pʁepaʁe œ̃ pɛ̃ o nwa/
Ze heeft een walnotenbrood gemaakt.
Collocaties
pain frais
pain complet
pain de campagne
pain aux céréales
tranche de pain
AI-gegenereerd