1
werkwoord[T, I]
Braden; voedsel, vooral vlees of groenten, met droge hitte bereiden, meestal in de oven of boven het vuur.
/ʁo.tiʁ/
Uitspraak
Etymologie
From Old French rostir, of Germanic origin, related to words meaning “to roast.”
Voorbeelden
Je vais rôtir le poulet au four.
/ʒə vɛ ʁo.tiʁ lə pu.lɛ o fuʁ/
Ik ga de kip in de oven braden.
Laisse rôtir les légumes pendant vingt minutes.
/lɛs ʁo.tiʁ le le.ɡym pɑ̃.dɑ̃ vɛ̃ minyt/
Laat de groenten twintig minuten braden.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd