1
determinatorVrouwelijk: 'a'; meervoud: 'os'. Versmelt met voorzetsels: 'do', 'ao', 'no', 'polo'.
Mannelijk enkelvoudig bepaald lidwoord dat voorafgaat aan een bekend of concreet zelfstandig naamwoord.
/o/
Voorbeelden
O neno está na escola.
De jongen is op school.
Pásame o libro, por favor.
Geef me het boek, alstublieft.
AI-gegenereerd