1
zelfstandig naamwoord'werk, daad, activiteit' als zelfstandig naamwoord en 'doen, werken, maken' als werkwoord.
Het verrichten van iets; het beroep of werk waarmee men geld verdient.
/ha.na/
Voorbeelden
Nui kaʻu hana i kēia lā.
Ik heb vandaag veel werk.
Ke hana nei ʻo ia ma ka hale kūʻai.
Hij/zij werkt in de winkel.
AI-gegenereerd