1
werkwoord'willen, graag hebben, verlangen'; ook een zelfstandig naamwoord 'verlangen'.
De wens iets te krijgen en te doen; het verlangen van het hart.
/ma.ke.ma.ke/
Voorbeelden
Makemake au e hele i kahakai.
Ik wil naar het strand gaan.
He aha kāu makemake?
Wat wil je?
AI-gegenereerd