1
bijvoeglijk naamwoord‘rechtvaardig, correct, passend’; ook verbaal ‘moeten, behoren’ als ‘pono e...’.
De hoedanigheid van wat passend, juist en rechtvaardig is in het handelen; dat wat juist is.
/po.no/
Voorbeelden
Ua hoʻoponopono ʻo ia i ka pilikia.
Hij/zij heeft het probleem opgelost.
He mea pono ke aloha kekahi i kekahi.
Elkaar liefhebben is een rechtvaardige zaak.
AI-gegenereerd