1
zelfstandig naamwoord'bloem, bloesem'; ook figuurlijk 'nakomeling'.
Het mooie deel van een plant dat bloeit met kleur en geur.
/pu.a/
Voorbeelden
Mōhala ka pua i ke kakahiaka.
De bloem bloeit in de ochtend.
He lei pua kēia.
Dit is een bloemkrans.
AI-gegenereerd