1
telwoordhet telwoord dat één aanduidt, nummer 1.
/eitn̥/
Voorbeelden
Ég vil bara einn kaffibolla.
Ik wil gewoon één kop koffie.
Það er aðeins einn eftir.
Er is nog maar één over.
AI-gegenereerd
Laden...
/eitn̥/
één
1
telwoordhet telwoord dat één aanduidt, nummer 1.
/eitn̥/
Voorbeelden
Ég vil bara einn kaffibolla.
Ik wil gewoon één kop koffie.
Það er aðeins einn eftir.
Er is nog maar één over.
AI-gegenereerd
2
bijvoeglijk naamwoordzonder gezelschap, alleen.
/eitn̥/
Voorbeelden
Hann býr einn.
Hij woont alleen.
AI-gegenereerd