1
werkwoord1e en 3e persoon enkelvoud van de verleden tijd van het werkwoord ‘zijn’.
/vaːr/
Voorbeelden
Það var kalt í gær.
Het was gisteren koud.
Ég var heima allan daginn.
Ik was de hele dag thuis.
AI-gegenereerd
Laden...
/vaːr/
was
1
werkwoord1e en 3e persoon enkelvoud van de verleden tijd van het werkwoord ‘zijn’.
/vaːr/
Voorbeelden
Það var kalt í gær.
Het was gisteren koud.
Ég var heima allan daginn.
Ik was de hele dag thuis.
AI-gegenereerd