1
zelfstandig naamwoordHet uiteinde van de arm, gebruikt om te voelen, vast te pakken en handelingen uit te voeren.
má-no
Uitspraak
Voorbeelden
Mi ha stretto la mano al momento del saluto.
Mi ha strét-to la má-no al mo-mén-to del sa-lú-to.
Hij schudde mijn hand bij het afscheid.
Ha una mano ferma e precisa.
Ha ú-na má-no fér-ma e pre-cí-sa.
Zij heeft een vaste en nauwkeurige hand.
Synoniemen
AI-gegenereerd