1
zelfstandig naamwoord[C]
Een team; een groep mensen die is georganiseerd om een sport te beoefenen, een taak uit te voeren of aan een gemeenschappelijk doel te werken.
chīmu
Uitspraak
Etymologie
Borrowed from English “team.”
Voorbeelden
私たちのチームは強いです。
watashitachi no chīmu wa tsuyoi desu
Ons team is sterk.
新しいプロジェクトのためにチームを作りました。
atarashii purojekuto no tame ni chīmu o tsukurimashita
We hebben een team gevormd voor het nieuwe project.
彼女はサッカーチームに入っています。
kanojo wa sakkā chīmu ni haitte imasu
Zij zit in een voetbalteam.
Tekenanalyse
チ
chi
katakana syllable chi
ー
chōonpu
long-vowel mark
ム
mu
katakana syllable mu
Collocaties
チームを組む
チームに入る
チームを作る
チームメイト
プロジェクトチーム
AI-gegenereerd