1
zelfstandig naamwoord[U]
vertrouwen of zekerheid in iemand of iets; de overtuiging dat een persoon, organisatie of zaak eerlijk, bekwaam of betrouwbaar is.
shinrai
Uitspraak
Etymologie
Sino-Japanese compound from 信, meaning “belief; trust,” and 頼, meaning “reliance; dependence.”
Voorbeelden
彼女は同僚から信頼を得ている。
kanojo wa douryou kara shinrai o ete iru.
Zij heeft het vertrouwen van haar collega’s gewonnen.
政府への信頼が揺らいでいる。
seifu e no shinrai ga yuraide iru.
Het vertrouwen in de regering wankelt.
信頼できる友人に相談した。
shinrai dekiru yuujin ni soudan shita.
Ik heb een vriend geraadpleegd op wie ik kan vertrouwen.
Tekenanalyse
信
shin
trust; belief; faith
頼
rai
reliance; dependence; request
Collocaties
AI-gegenereerd