1
zelfstandig naamwoord[U]; also forms the intransitive suru-verb 同居する
samen in hetzelfde huishouden leven; een woning delen, vooral met familieleden of andere mensen.
dōkyo
Uitspraak
Etymologie
A Sino-Japanese compound from 同, meaning “same,” and 居, meaning “residence; dwelling.”
Voorbeelden
彼女は両親と同居している。
kanojo wa ryōshin to dōkyo shite iru.
Ze woont bij haar ouders.
祖母との同居には慣れている。
sobo to no dōkyo ni wa narete iru.
Ik ben eraan gewend om bij mijn grootmoeder te wonen.
Tekenanalyse
同
dō
same; together
居
kyo
reside; dwelling
Collocaties
AI-gegenereerd