1
zelfstandig naamwoord[C]
de keel; het deel in de hals waardoor voedsel, drank en lucht passeren
nodo
Uitspraak
Etymologie
Native Japanese reading のど; the kanji 喉 is a Sino-Japanese character meaning 'throat' and also has the on-reading kō in compounds.
Voorbeelden
風邪で喉が痛い。
kaze de nodo ga itai.
Ik heb keelpijn door een verkoudheid.
水を飲んで喉を潤した。
mizu o nonde nodo o uruo shita.
Ik dronk water en maakte mijn keel vochtig.
魚の骨が喉に刺さった。
sakana no hone ga nodo ni sasatta.
Er zat een visgraat in mijn keel vast.
Tekenanalyse
喉
nodo
throat
Collocaties
AI-gegenereerd