1
zelfstandig naamwoord[C]
de zon; de ster in het centrum van het zonnestelsel, vanaf de aarde gezien als de bron van licht en warmte
taiyō
Uitspraak
Etymologie
Sino-Japanese compound from 太 meaning “great” and 陽 meaning “sun; yang; sunny side.”
Voorbeelden
太陽が東から昇る。
taiyō ga higashi kara noboru
De zon komt op in het oosten.
今日は太陽がまぶしい。
kyō wa taiyō ga mabushii
Vandaag is de zon fel.
Tekenanalyse
太
tai
great; thick; very
陽
yō
sun; sunlight; positive yang principle
Collocaties
AI-gegenereerd