1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een heen-en-terugreis; van de ene plaats naar de andere gaan en terug.
ōfuku
Uitspraak
Etymologie
Sino-Japanese compound from 往, “to go,” and 復, “to return; again.”
Voorbeelden
東京と大阪を往復した。
Tōkyō to Ōsaka o ōfuku shita.
Ik maakte een heen-en-terugreis tussen Tokio en Osaka.
家から駅までの往復で一時間かかる。
Ie kara eki made no ōfuku de ichi-jikan kakaru.
Voor de heen en terug van huis naar het station heb je een uur nodig.
往復券を一枚ください。
Ōfukuken o ichi-mai kudasai.
Eén heen-en-terugticket, alstublieft.
Tekenanalyse
往
ō
to go; outward journey
復
fuku
to return; again; repeat
Collocaties
AI-gegenereerd