1
zelfstandig naamwoord[C]
een vogel; een dier met veren en vleugels
tori
Uitspraak
Etymologie
Native Japanese word, attested in Old Japanese as tori; written with the kanji 鳥, meaning “bird.”
Voorbeelden
庭に鳥が来ました。
niwa ni tori ga kimashita
Een vogel kwam naar de tuin.
鳥は空を飛ぶ。
tori wa sora o tobu
Vogels vliegen in de lucht.
森で美しい鳥を見た。
mori de utsukushii tori o mita
Ik zag een mooie vogel in het bos.
Tekenanalyse
鳥
tori
bird
Collocaties
AI-gegenereerd