1
zelfstandig naamwoordKrama-vorm: 'putra', 'yoga'.
nakomeling die uit de ouders is geboren; kind.
/ˈa.naʔ/
Voorbeelden
Anakku loro, lanang lan wédok.
Ik heb twee kinderen, een jongen en een meisje.
Anaké isih sekolah SD.
Zijn kind zit nog op de basisschool.
AI-gegenereerd