1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Herfst; het seizoen tussen de zomer en de winter.
gaeul
Uitspraak
Etymologie
A native Korean word, attested historically in earlier forms of Korean.
Voorbeelden
가을에는 단풍이 아름답다.
gaeureneun danpungi areumdapda
In de herfst is het gebladerte prachtig.
나는 가을을 가장 좋아해요.
naneun gaeureul gajang joahaeyo
Ik hou het meest van de herfst.
가을 하늘이 맑고 높다.
gaeul haneuri malkko nopda
De herfstlucht is helder en hoog.
Tekenanalyse
가
ga
first syllable of 가을
을
eul
second syllable of 가을
Collocaties
AI-gegenereerd