1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Het koudste seizoen van het jaar, tussen de herfst en de lente; winter.
gyeoul
Uitspraak
Etymologie
Native Korean word.
Voorbeelden
겨울에는 눈이 자주 와요.
gyeoureneun nuni jaju wayo
In de winter sneeuwt het vaak.
나는 겨울을 좋아해요.
naneun gyeoureul joahaeyo
Ik hou van de winter.
Tekenanalyse
겨
gyeo
syllable of the native Korean word for winter
울
ul
syllable of the native Korean word for winter
Collocaties
AI-gegenereerd