1
zelfstandig naamwoord[C, U]
vuur; vlam; verbranding of branden, vooral als bron van warmte of gevaar
bul
Uitspraak
Etymologie
Native Korean word.
Voorbeelden
불이 났어요.
buri nasseoyo
Er is brand uitgebroken.
캠프파이어에 불을 붙였다.
kaempeupaieoe bureul buchyeotda
Ik heb het kampvuur aangestoken.
요리할 때 불 조절이 중요하다.
yorihal ttae bul jojeori jungyohada
Bij het koken is het belangrijk om het vuur te regelen.
Tekenanalyse
불
bul
fire; flame
Collocaties
AI-gegenereerd