1
zelfstandig naamwoord[U]
het werk of het beheer van een huishouden; huishoudelijk werk
sallim
Uitspraak
Etymologie
Native Korean, from the verb stem 살- of 살다, ‘to live,’ plus the nominal suffix -림.
Voorbeelden
그는 살림을 잘한다.
geuneun sallimeul jalhanda
Hij is goed in het huishouden.
맞벌이를 하면서 살림을 나누어 한다.
matbeorireul hamyeonseo sallimeul nanueo handa
Ze verdelen het huishoudelijk werk terwijl ze allebei werken.
Tekenanalyse
살
sal
native Korean element related to living
림
rim
nominal suffix element forming a noun
Collocaties
AI-gegenereerd