1
zelfstandig naamwoord[U]
leven; dagelijks leven; de manier waarop iemand zijn of haar dagelijks leven doorbrengt en beheert
saenghwal
Uitspraak
Etymologie
Sino-Korean from Hanja 生活, from 生 meaning “life; to live” and 活 meaning “living; active.”
Voorbeelden
한국 생활에 익숙해졌어요.
hanguk saenghware ikssukaejyeosseoyo
Ik ben gewend geraakt aan het leven in Korea.
규칙적인 생활이 건강에 좋아요.
gyuchikjjeogin saenghwari geongange joayo
Een regelmatig leven is goed voor je gezondheid.
대학 생활은 생각보다 바빴다.
daehak saenghwareun saenggakppoda bapwatda
Het studentenleven was drukker dan ik had verwacht.
Tekenanalyse
생
saeng
life; birth; to live
활
hwal
living; active; activity
Collocaties
AI-gegenereerd