1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een geluid; iets dat met het oor wordt gehoord.
sori
Uitspraak
Etymologie
Native Korean word, attested in Middle Korean as 소리.
Voorbeelden
밖에서 이상한 소리가 들린다.
bakkeseo isanghan soriga deullinda
Ik hoor buiten een vreemd geluid.
문 닫는 소리가 크게 났다.
mun danneun soriga keuge natda
Het geluid van de dichtslaande deur was hard.
Tekenanalyse
소
so
syllable of a native Korean word; no independent meaning here
리
ri
syllable of a native Korean word; no independent meaning here
Collocaties
AI-gegenereerd