1
zelfstandig naamwoord[C]
iemands eigen echtgenote; een vrouwelijke echtgenoot
anae
Uitspraak
Etymologie
A native Korean word, historically associated with the idea of the woman of the household or inner family sphere.
Voorbeelden
제 아내는 의사입니다.
je anaeneun uisaimnida
Mijn echtgenote is arts.
그는 아내와 함께 여행을 갔다.
geuneun anaewa hamkke yeohaengeul gatda
Hij ging op reis met zijn echtgenote.
아내에게 꽃을 선물했다.
anaeege kkocheul seonmulhaetda
Ik gaf mijn echtgenote bloemen cadeau.
Tekenanalyse
아
a
Korean syllable used phonetically; no independent meaning here
내
nae
Korean syllable used phonetically; no independent meaning here
Collocaties
사랑하는 아내
아내와 함께
아내가 있다
아내를 사랑하다
전 아내
AI-gegenereerd