1
zelfstandig naamwoord[U]
iemands welzijn, toestand of hoe het met iemand gaat, vooral wanneer men ernaar vraagt na een periode zonder contact
anbu
Uitspraak
Etymologie
Sino-Korean from 安否, literally referring to whether someone is safe or well.
Voorbeelden
부모님 안부가 궁금합니다.
bumonim anbuga gunggeumhamnida
Ik vraag me af hoe het met mijn ouders gaat.
오랜만에 친구의 안부를 물었다.
oraenmane chinguui anbureul mureotda
Na lange tijd vroeg ik naar het welzijn van mijn vriend.
Tekenanalyse
안
an
peace; safety
부
bu
whether or not; not
Collocaties
AI-gegenereerd