1
zelfstandig naamwoord[U]
groenten; eetbare planten of delen van planten, vooral zoals gebruikt als voedsel
yachae
Uitspraak
Etymologie
Sino-Korean word from Hanja 野菜, literally “field greens” or “wild/field vegetables.”
Voorbeelden
저는 매일 신선한 야채를 먹어요.
jeoneun maeil sinseonhan yachaereul meogeoyo
Ik eet elke dag verse groenten.
이 수프에는 야채가 많이 들어 있어요.
i seupeueneun yachaega mani deureo isseoyo
In deze soep zitten veel groenten.
야채를 씻어서 냉장고에 넣어 두세요.
yachaereul ssiseoseo naengjanggoe neoeo duseyo
Was de groenten en leg ze in de koelkast.
Tekenanalyse
야
ya
field; wild; open country
채
chae
vegetable; greens
Collocaties
신선한 야채
야채를 먹다
야채를 씻다
야채 샐러드
야채볶음
AI-gegenereerd