1
zelfstandig naamwoord[C]
De mond; de lichaamsopening die gebruikt wordt om te eten, spreken en ademhalen.
ip
Uitspraak
Etymologie
Native Korean noun, attested in Middle Korean as 입.
Voorbeelden
입을 크게 벌리세요.
ibeul keuge beolliseyo
Doe uw mond wijd open, alstublieft.
아기가 입에 우유를 묻혔다.
agiga ibe uyureul muchyeotda
De baby kreeg melk op zijn mond.
Tekenanalyse
입
ip
mouth; opening
Collocaties
AI-gegenereerd