1
zelfstandig naamwoord[C]
Een rok; een kledingstuk dat vanaf de taille naar beneden wordt gedragen en meestal los om de benen valt.
chima
Uitspraak
Etymologie
A native Korean word, attested historically in Korean with the meaning of a lower-body garment.
Voorbeelden
그녀는 빨간 치마를 입었다.
geunyeoneun ppalgan chimareul ibeotda
Ze droeg een rode rok.
이 치마는 너무 길어요.
i chimaneun neomu gireoyo
Deze rok is te lang.
치마가 잘 어울려요.
chimaga jal eoullyeoyo
Deze rok staat je heel goed.
Tekenanalyse
치
chi
Hangul syllable chi; no independent meaning in this word
마
ma
Hangul syllable ma; no independent meaning in this word
Collocaties
치마를 입다
긴 치마
짧은 치마
치마 자락
치마가 어울리다
AI-gegenereerd