1
werkwoordVoedingsmiddelen in de mond nemen, kauwen en doorslikken.
/ˈiəsən/
Voorbeelden
Mir iessen ëm zwielef Auer.
Wij eten om twaalf uur.
Wëlls du eppes iessen?
Wil je iets eten?
AI-gegenereerd
Laden...
/ˈiəsən/
eten
1
werkwoordVoedingsmiddelen in de mond nemen, kauwen en doorslikken.
/ˈiəsən/
Voorbeelden
Mir iessen ëm zwielef Auer.
Wij eten om twaalf uur.
Wëlls du eppes iessen?
Wil je iets eten?
AI-gegenereerd
2
zelfstandig naamwoordonzijdig: d'Iessen
Een maaltijd of het eten dat wordt opgediend.
/ˈiəsən/
Voorbeelden
D'Iessen ass fäerdeg.
De maaltijd is klaar.
AI-gegenereerd