1
zelfstandig naamwoordonzijdig: het land, meervoud: landen
Een staat met zijn grondgebied; ook het gebied buiten de stad.
/lant/
Voorbeelden
Lëtzebuerg ass e klengt Land.
Luxemburg is een klein land.
Mir wunnen um Land.
Wij wonen op het platteland.
AI-gegenereerd