1
zelfstandig naamwoord[C]
Een kaars: een staaf of klein blok was met een lont die wordt aangestoken om licht, warmte of geur te geven.
žva'kė
Uitspraak
Etymologie
An inherited Baltic word, cognate with Latvian svece and related to words for light or candles in neighboring Indo-European languages.
Voorbeelden
Ant stalo degė žvakė.
Ant 'stalo 'degė žva'kė.
Er brandde een kaars op tafel.
Užpūsk žvakę prieš išeidamas.
Už'pūsk žva'kę prieš išei'damas.
Blaas de kaars uit voordat je vertrekt.
Collocaties
AI-gegenereerd