1
zelfstandig naamwoord[C, U]
de verzameling kwaliteiten, eigenschappen en kenmerken die iemand onderscheiden; persoonlijkheid
asmenýbė
Uitspraak
Etymologie
Formed from Lithuanian asmuo “person” with the abstract noun suffix -ybė.
Voorbeelden
Ji yra stipri asmenybė.
Ji yra stípri asmenýbė.
Zij heeft een sterke persoonlijkheid.
Rašytojo asmenybė atsispindi jo kūriniuose.
Rašýtojo asmenýbė atsispíndi jo kūriniúose.
De persoonlijkheid van de schrijver komt tot uiting in zijn werk.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd