1
zelfstandig naamwoord[C, U]
verantwoordelijkheid; de plicht om ergens voor te zorgen of rekenschap af te leggen voor iemands daden, beslissingen of verplichtingen
atsako'mybė
Uitspraak
Etymologie
Derived from Lithuanian atsakyti “to answer; to be responsible” with the abstract-noun suffix -ybė.
Voorbeelden
Tai didelė atsakomybė.
'Tai di'delė atsako'mybė.
Dat is een grote verantwoordelijkheid.
Vadovas prisiėmė atsakomybę už klaidą.
'Vadovas prisiė'mė atsako'mybę už 'klaidą.
De manager nam de verantwoordelijkheid voor de fout op zich.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd