1
zelfstandig naamwoord[C, U]
angst; de onaangename emotie die iemand voelt wanneer die gevaar, dreiging of schade waarneemt.
'baimė
Uitspraak
Etymologie
Inherited Baltic word, related to Latvian bailes “fear”; ultimately from a Baltic root connected with being afraid.
Voorbeelden
Baimė kartais apsaugo žmogų nuo pavojaus.
'Baimė 'kartais ap'saugo 'žmogų nuo pa'vojaus.
Angst beschermt een mens soms tegen gevaar.
Ją apėmė baimė prieš egzaminą.
Ją a'pėmė 'baimė prieš eg'zaminą.
Ze werd vóór het examen overmand door angst.
Collocaties
AI-gegenereerd