1
zelfstandig naamwoord[C]
Een appartement of flat; een reeks kamers die als woning wordt gebruikt, meestal binnen een groter gebouw.
'butas
Uitspraak
Etymologie
Van een Baltische wortel die verwant is aan het Litouwse būti ‘zijn, leven, wonen’.
Voorbeelden
Šis butas yra trečiame aukšte.
'Šis 'butas yra 'trečiame 'aukšte.
Dit appartement ligt op de derde verdieping.
Naujas butas centre kainuoja brangiai.
'Naujas 'butas 'centre 'kainuoja 'brangiai.
Een nieuw appartement in het stadscentrum is duur.
Jie nuomoja mažą butą Vilniuje.
'Jie 'nuomoja 'mažą 'butą 'Vilniuje.
Zij huren een klein appartement in Vilnius.
Synoniemen
Collocaties
nuomoti butą
pirkti butą
vieno kambario butas
dviejų kambarių butas
butas centre
AI-gegenereerd