1
zelfstandig naamwoord[C]
Een fles; een smalhalzige verpakking, meestal van glas of plastic, gebruikt om vloeistoffen in te bewaren.
bu'telis
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan het Litouws via naburige Europese talen; uiteindelijk verwant aan woorden als Pools butelka en Frans bouteille, uit het Laatlatijn butticula.
Voorbeelden
Ant stalo stovi butelis vandens.
'Ant 'stalo 'stovi bu'telis 'vandens.
Er staat een fles water op tafel.
Šis butelis pagamintas iš stiklo.
'Šis bu'telis paga'mintas iš 'stiklo.
Deze fles is van glas gemaakt.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd