1
zelfstandig naamwoord[C]
Een lucifer; een klein stokje met een brandbare stof aan het uiteinde, gebruikt om vuur aan te steken.
degtúkas
Uitspraak
Etymologie
Afgeleid van het Litouwse degti „branden” met een zelfstandig naamwoord vormend verkleinend/instrumenteel achtervoegsel.
Voorbeelden
Ant stalo gulėjo degtukas.
Ánt stálo gulė́jo degtúkas.
Er lag een lucifer op tafel.
Jis uždegė laužą vienu degtuku.
Jís uždégė láužą víenu degtúku.
Hij stak het kampvuur aan met één lucifer.
Nepalik degtukų vaikams pasiekiamoje vietoje.
Nepalík degtúkų vaikáms pasiekiamóje vietóje.
Laat lucifers niet binnen bereik van kinderen liggen.
Synoniemen
Collocaties
uždegti degtuką
braukti degtuką
degtukų dėžutė
dėžutė degtukų
vienas degtukas
AI-gegenereerd