1
werkwoord[I], reflexive; commonly with su “with” or dėl “about, over”
Met iemand ruzie maken of redetwisten; een verbale onenigheid hebben.
'ginčytis
Uitspraak
Etymologie
Derived from Lithuanian ginčas “argument, dispute” with the verbal reflexive ending -ytis.
Voorbeelden
Nereikia ginčytis dėl smulkmenų.
Ne'reikia 'ginčytis dėl 'smulkmenų.
Het heeft geen zin om over kleinigheden ruzie te maken.
Vaikai pradėjo ginčytis, kas pirmas žais.
'Vaikai pra'dėjo 'ginčytis, kas 'pirmas žais.
De kinderen begonnen ruzie te maken over wie er eerst zou spelen.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd