1
werkwoord[I], reflexive
uiteengaan, afscheid nemen of na samen te zijn geweest in verschillende richtingen gaan
išsi'skirti
Uitspraak
Etymologie
From the prefix iš- “out, away” + reflexive -si- + skirti “to separate, divide, assign.”
Voorbeelden
Po posėdžio dalyviai išsiskyrė į mažas grupes.
Po po'sėdžio da'lyviai išsi'skyrė į 'mažas 'grupes.
Na de vergadering gingen de deelnemers uiteen in kleine groepjes.
Mūsų keliai čia turi išsiskirti.
'Mūsų ke'liai čia 'turi išsi'skirti.
Onze wegen moeten hier scheiden.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd