1
zelfstandig naamwoord[U]
rundvlees; vlees van runderen, vooral als voedsel
jautiená
Uitspraak
Etymologie
Van het Litouwse jautis „os, stier” plus het vleesvormende achtervoegsel -iena.
Voorbeelden
Ši jautiena labai minkšta.
Ší jautiená labaí minkštá.
Dit rundvlees is heel mals.
Jautiena tinka troškiniams ir kepsniams.
Jautiená tínka troškíniams ir képsniams.
Rundvlees is geschikt voor stoofschotels en steaks.
Vakarienei iškepėme jautieną su daržovėmis.
Vakaríenei išképėme jautieną́ su daržóvėmis.
Voor het avondeten hebben we rundvlees met groenten geroosterd.
Synoniemen
Collocaties
malta jautiena
kepta jautiena
troškinta jautiena
jautienos kepsnys
jautienos sriuba
AI-gegenereerd